Nederland telt voor het eerst in tien jaar meer optimisten dan pessimisten, jubelde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vorige maand. Zijn al die optimisten ook hoopvol over de toekomst? Dat valt tegen, blijkt uit de vandaag gepubliceerde Hoopbarometer – een poging om het gemoed van de burger te vangen door hoop en vertrouwen als uitgangspunt te nemen. Nederlanders scoren ­gemiddeld een 6,1 op een schaal tot 10.

De Hoopbarometer is een initiatief van de Erasmus Happiness Economics Research Organisation en het Institute for Leadership and Social Ethics. Vorig jaar lanceerden ze een pilot, dit jaar zijn de resultaten officieel.

De onderzoekers benaderden 1.600 Nederlanders met stellingen over hun hoop voor de toekomst. Hun reactie daarop is een graadmeter hoe ze denken over belangrijke maatschappelijke thema’s. Door daarnaast ook vertrouwen te onderzoeken, ontstaat een completer beeld van het gemoed van de Nederlander, denken de onderzoekers.

Als iemand hoopvol is, dan is hij bereid zijn situatie actief te verbeteren. Pessimisme en optimisme daarentegen veroorzaken een passiever opstelling, vanuit de gedachte ‘er verandert toch niets’ of ‘het is goed zoals het is’.

Volledige artikel in de Volkskrant